Inbouwlagers

Afdichtingen van inbouwlagers

Inbouwlagers zijn aan beide zijden voorzien van een slepende afdichting. Dit is een geperst stalen plaatje waarop een rubberlip afdichting is gevulcaniseerd en waarbij de rubberlip over het cilindrisch oppervlak van de binnenring loopt. Aan de buitenzijde van de binnenring zijn nog extra plaatstalen ringen aangebracht. Dit zijn de slingerschijven. Door deze combinatie krijg je een dubbelwerkende afdichting en zodoende een uitstekende bescherming tegen vuil, corrosie en beschadigingen.

Toerentallen van inbouwlagers

De maximaal toelaatbare toerentallen van de standaard inbouwlagers zijn onder andere afhankelijk van de grootte van de lagerboring, de warmteontwikkeling die ontstaat door de wrijving van de beide rubberlip afdichtingen op de binnenring, en dit in combinatie met eventuele warmte van buitenaf die de temperatuur van het lager aanzienlijk kan verhogen.

Daarnaast speelt ook de mate van vetvulling en de manier waarop het lager op de as is bevestigd een rol. Wanneer veeleisende toepassingen of zware omstandigheden voorkomen, dan moet het maximum toerental lager zijn. Over het algemeen kunnen de waarden uit onderstaande tabel worden aangehouden:

Smering van inbouwlagers

Standaard zijn alle inbouwlagers met de juiste hoeveelheid lithiumzeepvet afgevuld en geschikt voor temperaturen tussen -20°C en maximaal +100°C. Bij normale toerentallen en bedrijfsomstandigheden is nasmering niet noodzakelijk. Wanneer de lagers echter bij vuile of vochtige omstandigheden werken is het aan te bevelen om regelmatig na te smeren. In de gevallen waarbij nasmering noodzakelijk is, wordt de bij het lagerblok meegeleverde smeernippel gemonteerd. De smeergroef van het lager moet hierbij wel in lijn zijn met de positie van de smeernippel. De nasmeerperioden behoren steeds op de betreffende bedrijfsomstandigheden te zijn afgestemd.

Onderstaand enkele richtlijnen bij verschillende omstandigheden.

Voor het nasmeren kan elke gebruikelijke vetspuit worden gebruikt. Normaal gesproken is ongeveer 30% van de vrije ruimte in het lager gevuld met vet. Dit is tijdens het nasmeren echter niet meer te controleren. Daarom mag geen overmatige vetdruk worden gebruikt, omdat anders de lagerafdichtingen kunnen worden beschadigd. Nasmeren kan het beste worden gedaan tijdens bedrijf. Hierdoor vindt direct een goede verdeling van het vet plaats.